Mental illness, oftewel stempeltjes

Ik vind het doodeng om dit te delen, maar ik denk dat ik er op de lange termijn goed aan doe om open kaart te spelen. En ik wil dat het goed met me gaat, nu én op de lange termijn het liefst.

Niet veel mensen weten het van mij, maar ook ik heb een “mental illness”..
Psychische aandoening heet het officieel in het Nederlands, maar ik noem het meestal een stempeltje. Klinkt net even wat minder zwaar, want leven met een stempel is al zwaar genoeg. Leven met meerdere stempeltjes helemaal. Niet dat ik kan vergelijken, want ik weet niet beter maar dat is wat mij verteld is door de mensen die ervoor geleerd hebben. Dat neem ik dus maar aan. Ik wil liever niet ingaan op welke stempeltjes het zijn, dat is nog veel te eng. Misschien ooit, maar ik durf er niks van te zeggen…
In periodes zoals nu, waarin het leven toch al lastig is, steken die stempeltjes de kop weer op. Ik moet knetterhard vechten om overeind te blijven de laatste tijd en dat lukt het ene moment beter dan het andere. Vanavond is het lastig en afgaande op mijn (ruime) ervaring met mijn stempeltjes zullen de komende dagen dat ook zijn. Ik duik dus misschien even onder, of juist niet, maar ik kom altijd wel weer boven drijven. Wees dus niet ongerust als ik niet online ben of je berichtje wel lees, maar niet reageer. Dat ligt niet aan jou, maar aan mij. Of beter gezegd: aan mn stempeltjes, want ik ben gelukkig meer dan alleen maar dat.

Advertenties

Raak, auw..

Half tien ’s avonds, mijn reguliere bedtijd na een pittige dag. Ik zet de tv nog even aan en zie een programma in de tv-gids dat me direct trekt.

Ik kijk “Z Doc: De Dokter Die Geen Medicijnen Meer Voorschrijft”. Het eerste dat ik zie is een jonge vrouw die chronische pijn heeft en zegt “Ik wil gewoon kunnen werken en leven, en niet het gevoel hebben alleen maar te bestaan.” Het is alsof ik mezelf hoor praten, zeker als ik een dag als vandaag heb waarop mn lijf niet mee wil werken. Begrijp me niet verkeerd: ik heb ook goede dagen hoor, maar het gevoel blijft. En dat is een vreselijk gevoel, want je wil zóveel meer dan alleen maar bestaan als je 31 bent. En ik verwacht niet dat ik alles kan, maar dit kan niet alles zijn..

Ook bij haar kunnen ze niets vinden, ze is maar 5 jaar ouder dan ik en slikt ook een flinke berg medicijnen. De huisarts die de ‘hoofdrol’ speelt in de documentaire is er van overtuigd dat hij de patiënten die bij hem komen zonder medicijnen kan helpen om van hun klachten af te komen of in elk geval een heel deel kan verbeteren. Ik ben wat sceptisch, maar ook geïntrigeerd. Ik ben tenslotte ook bezig om van de medicatie af te komen en ik ben heel benieuwd wat hij bedenkt om haar te helpen. Wellicht kan ik er zelf ook wat mee, je weet natuurlijk nooit!

Ik vind het in elk geval heel verhelderend en verfrisserend om dit eens te zien. Tegelijk is het confronterend om te zien hoe het voor een ander is als iemand zo worstelt met pijn en de fysieke beperkingen die dit met zich mee brengt. Alsof ik in een spiegel kijk en die kans krijg ik zelden op deze manier.

Voor wie geïnteresseerd is in deze documentaire, dit is een linkje naar het programma: http://tvgids.tv/18413968 Waarschijnlijk is het ook terug te kijken via uitzending gemist.

Revalideren

Revalidatie is een medische term die herstel betekent, of letterlijk weer valide worden na een ongeval of medische ingreep zoals een operatie. Het revalidatieproces kan behoorlijk ingewikkeld zijn, en zowel lichamelijke als psychische aspecten omvatten. Vandaar dat een gespecialiseerde revalidatiearts de multidisciplinaire behandeling coördineert en de juiste disciplines voorschrijft: fysiotherapie of kinesitherapie (in België), ergotherapie, logopedie, psychotherapie, maatschappelijk werk, en verder hulp van bijvoorbeeld een revalidatietechnicus, orthopedisch schoentechnicus, orthopedisch instrumentmaker, cognitief trainer, revalidatieverpleegkundige, bewegingsagagoog en/of pedagoog. (Bron: Wikipedia)

Ik heb weliswaar geen ongeval of operatie gehad, maar ik begin morgen wel met mijn revalidatie. Ik heb een individueel traject met een revalidatiearts, fysiotherapeut, ergotherapeut en psycholoog. Ik ga tien tot twaalf weken lang aan de slag, 2 tot 3 keer per week. Naast de therapie die ik al 2 keer per week heb, waarvan er gelukkig eentje bijna klaar is. Ik weet dat de komende tijd pittig gaat worden en daar heb ik gemengde gevoelens bij. 

Ik ben er langs een kant erg blij mee dat mijn lijf binnenkort weer meer (aan)kan. Dat ik niet na een paar uurtjes iets doen al plat moet de rest van de dag, of nog langer. Aan de andere kant zie ik er behoorlijk tegenop. Ik ben bang dat ik weer over mn grenzen ga en ik het niet op tijd doorheb. Dat ik het pas door heb als het te laat is en ik verrek van de pijn. 

Tegelijk blijf ik tegen mijzelf zeggen dat ik dit kan. Ik heb tijdenlang om moeten leuren en zeuren om voor elkaar te krijgen dat ik gezien werd door een revalidatiearts. Ik krijg een individueel traject, wat ook niet zomaar iedereen krijgt. Mn traject is gericht op mijn klachten, met als basis chronische pijn. Maar ik doe wat ik altijd doe als ik iets groots of engs ga doen: ik zet beren op de weg. Dat is mn overlevingsstrategie en die treedt als vanzelf in werking. Ik weet inmiddels dat het niet helpt, want door zo te denken zorg ik er zelf onbewust voor dat het zo loopt vaak. Gelukkig ben ik me er inmiddels van bewust en kan ik mezelf corrigeren. Dat is al enorme winst ten opzichte van een aantal maanden geleden. 

Ik ga morgen dus beginnen met revalideren en ik ben daarbij in goede handen. Dat zal ik mezelf de komende tijd nog wel een aantal keer moeten zeggen, maar het komt goed. Ik ga er voor knokken om weer sterker te worden en daar gaat het om! 

Stilletjes…

Ik merk dat ik de laatste tijd stiller ben, stiller dan ik normaal ben in elk geval. Op Twitter, qua blogs, op Facebook en ‘in het echt’. Ik heb een hekel aan die bewoording, voor mij zijn de eerste 3 ook echt. Maar goed, ik ben dus stiller. Naar buiten dan, want van binnen raast en borrelt het voortdurend. Ik weet alleen niet goed hoe ik binnen naar buiten kan ‘vertalen’. 

Ik blijf enorme pijnen hebben, kan weinig tot niets en voel me enorm alleen. Ik ben bijna een jaar ziek thuis. Ik hoor al een jaar dat het beter wordt. Dat deze dokter wel wat kan. Dat deze therapie wel wat op zal leveren. Dat deze medicijnen me wel met de pijn zullen helpen. En elke keer blijkt het tegendeel. Elke keer wint de fibro het van de dokter, de therapie of de medicijnen. 

En ja, ik heb mijn Lief en mijn vriend(inne)n. Ik weet dat ze er voor me zijn. Maar wat moet ik zeggen? Dat ik het niet meer weet? Dat het me met momenten niet meer uit maakt? Ik eigenlijk niets meer voel behalve die eeuwige pijn, dat verdriet en die eenzaamheid? Ik kruip tegen de muren op, maar het lijkt of niemand het ziet. Ik kan het vertellen, maar dat verandert niets. Ik kan het uitschreeuwen, maar dan denken mensen ook nog dat ik gek ben. Ik kan me keer op keer uiten, maar dan hoor ik alleen dat ik klaag en negatief ben. Kan iemand me vertellen wat ik dan moet? Ik zie geen lichtpuntje meer. Ik zie alleen nog tunnel. Zowel voor als achter me niks dan tunnel. 

Mocht je je dus afvragen waarom ik wat stiller ben, dan is het daarom.