Opname en toegave

Sinds inmiddels alweer 6,5 week ben ik opgenomen in het ziekenhuis. Vrijwillig, om van mn medicatie af te komen en (hopelijk) weer beter te kunnen functioneren in het dagelijks leven.
Zoals te verwachten was zorgt het afbouwen van de medicatie voor meer pijn, net als de activatie dat doet. Combineer dat met slecht weer, hevige emoties en slecht nieuws privé en je hebt het perfecte recept om mij compleet gek te krijgen van de pijn. Geen pil zal helpen, geen ontspanningsoefening haalt de spanning van mn spieren en geen woord zal me op dit moment rust geven of de zekerheid dat het beter zal worden. Ik moet ‘er maar op vertrouwen’, precies de woorden die je niet moet zeggen tegen iemand die altijd een antwoord nodig heeft op de vraag ‘waarom?’ of ‘hoe dan?’. Het enige dat ik kan blijven doen is knetterhard werken. Werken aan mijn lijf, aan mn manier van omgaan met mijn beperking (oh, wat een diepgewortelde haat heb ik toch aan dat woord!) en alles wat dat betekent nu en in de toekomst. Daarnaast moet ik ook nog aan de slag met het verwerken van alles wat er de afgelopen tien tot vijftien jaar gebeurd is. Een flinke kluif dus, maar ik ben gelukkig geen opgever. Ik knok altijd door, vind wel een weg om er weer uit te komen en weet dat als het moet ik me overal doorheen kan slaan, al voelt het soms niet zo. Dat vechten is natuurlijk ook deel van het probleem, want dankzij mijn doorgaan en het niet opgeven ben ik waar ik nu ben. Daarom ben ik nu, naast het afbouwen van de medicijnen en het meer doen, ook bezig met het aan leren voelen van grenzen en wat ik dan kan doen. Want ik hoef niet altijd die grote, sterke, stoere meid te zijn die het wel fixt en alles zelf doet. Dat kan mijn lijf namelijk niet, en daardoor mijn hoofd nu ook even niet. Dus leer ik nu hoe ik dat kan doen op een manier die goed is voor mijn lijf, maar ook acceptabel is voor mijzelf en past bij wie en hoe ik ben. Helemaal veranderen wil ik namelijk niet, ik heb eindelijk vrede met mijzelf gesloten op een heleboel vlakken en daar ben ik enorm blij om. Na 30 jaar overhoop liggen met mijzelf is het gelukt om mezelf redelijk te accepteren in hoe ik ben en weet ik vrij behoorlijk wie ik ben. Dat stuk fysiek is nog een aandachtspunt, maar daar ben ik knetterhard mee aan het werk dus. Zelf zie ik dat niet altijd, maar gelukkig krijg ik dit regelmatig terug van mijn artsen. Mijn hoofdbehandelaar zei gisteren nog: “Ik zie dat je heel hard werkt en vooruitgang boekt. Maar ik zie ook je worsteling hierin en hoe moeilijk het voor je is.” Dat laatste was voor mij zo’n belangrijke toevoeging, omdat dat alleen al pure winst is. Het betekent namelijk voor mij dat ik heel langzaam aan leer laten zien dat ik niet alles (meer) kan, dat ik dat stoere en zelfverzekerde kan loslaten. Wetende dat ik er niet op aangekeken zal worden hier, want ik ben hier niet zomaar. Ik ben hier omdat het nodig is, jammer genoeg. Maar ondanks alle worstelingen, tranen en ruzies met mezelf, lukt het me eindelijk om mijzelf iets te gunnen. Ik gun mijzelf een leven waarin ik kan omgaan met mijn aandoening, waarin ik misschien niet doe en kan wat anderen van mijn leeftijd doen, maar ik wel gelukkig kan zijn. En een ieder die mij ook maar een beetje kent zal weten wat een enorme overwinning dat is.

Ik hoorde hier in één van de therapiegroepen een verhaal, wat ik graag met jullie wil delen. Ik heb geen idee wie de schrijver is helaas, want ik had heel graag meer van hem/haar gelezen. Mocht je dit dus weten: heel erg graag…

Een man vindt een cocon van een vlinder en neemt deze mee naar zijn huis. Op een dag verschijnt er een kleine opening in de cocon. De man kijkt een paar uur toe hoe de vlinder worstelt om zich door de kleine opening naar buiten te werken.
Het lijkt erop dat het proces niet langer meer vooruit gaat. Het ziet er naar uit dat de vlinder zover gekomen is als hij kan en niet meer verder komt.
Dus besluit de man de vlinder te helpen. Hij neemt een schaar en knipt de rest van de cocon open. De vlinder kan zich nu vrij eenvoudig losmaken.
Maar de vlinder heeft een gezwollen lichaam en verfrommelde vleugels.
De man verwacht dat de vlinder elk moment zijn vleugels zal uitslaan en het lichaam daarmee ondersteunt. Maar dat gebeurt niet. De vlinder besteedt de rest van zijn leven aan rondkruipen met een gezwollen lichaam en verfrommelde vleugels.
De vlinder is nooit in staat te vliegen.
Wat de man in al zijn goedheid niet begreep was dat de krappe cocon en de worsteling die nodig was om door de opening te kruipen, de manier was om de lichaamsvloeistof van de vlinder in de vleugels te pompen zodat de vlinder klaar zou zijn te vliegen als het de vrijheid had bereikt uit de cocon.
Soms zijn worstelingen exact wat we nodig hebben in het leven. Als we onszelf toe zouden staan zonder obstakels door het leven te gaan, zouden we invalide zijn. We zouden nooit zo sterk worden als wat we kunnen zijn. We zouden nooit kunnen vliegen.

Ik denk dat verdere uitleg niet nodig is waarom juist dit stuk mij zo raakte….

Advertenties