Een nieuwe overwinning of een nieuw dieptepunt?

Een blog wat ik met hele gemengde gevoelens begin te schrijven. Om mijn gevoelens op een rijtje te zetten, om niet iedereen apart het hele verhaal te hoeven vertellen, maar vooral om mijzelf duidelijk te maken dat ik voor mezelf mag zorgen. 

Laat voor ik verder ga duidelijk zijn dat ik niemand wil beledigen, voor het hoofd wil stoten of anderszins in negatieve zin wil bestempelen. Alles wat ik schrijf gaat over mij en hoe ik over mijzelf denk, niet over anderen. 

Zoals degenen die mijn blogs en twitter al wat langer volgen gaat het fysiek al een poos niet lekker. Mocht je dit gemist hebben: lees een stukje terug, dat scheelt heel veel typen voor mij.. 

Inmiddels heb ik de halfjaars-grens aangetikt en ben ik feitelijk geen steek verder gekomen. Of een hoop, afhankelijk van hoe je het bekijkt natuurlijk. Ik heb heel veel dingen ontdekt die niet helpen zowel in doen en laten als qua medicatie, ik weet dat ik hulpmiddelen om de meest simpele levensbehoeften zelf te doen (eten, drinken, douchen, naar het toilet, etc) maar zelf moet regelen en ik weet ook dat je vooral niet zomaar moet zeggen wat je voelt als je even je chronische pijn niet meer aan kan.  

Ik heb een paar dingen die ik nog heel graag zou willen leren. Uiteraard foutloos en rap een beetje, want treuzelen of fouten maken mag iedereen behalve ik in mijn hoofd. Ik wil graag accepteren dat die pijn voorlopig een stuk meer is, leren dat ik tot mn grenzen ga om dan te stoppen. En misschien (of eigenlijk weet ik het wel zeker, maar dat is nog eng) wel het belangrijkste: ik zou zo graag willen leren dat ik soms hulp nodig heb. In de vorm van mensen, van spullen of gewoon afleiding. Vandaag was zo’n dag dat ik het aanvaarden van hulpmiddelen graag ietsje beter had willen beheersen.. 

Lief en ik zijn al een poos aan het uitzoeken wat er mogelijk is om mij wat meer van mn gevoel van zelfstandigheid terug te geven. Niet kunnen autorijden is vreselijk, altijd een ‘chauffeur’ nodig hebben nog erger, maar het ergste vind ik dat ik zelfs lopend nergens komen kan. Ik kan in onze straat een beetje lopen ja, maar dan houdt het op. Om 2 redenen: het is te ver (dat is opbouwen) en het is heuvel op, heuvel af. Onze straat is redelijk vlak, maar we wonen tegen een heuvel van gemiddeld 10% op. Om dat even visueel te maken: onze woonkamer is ongeveer gelijk aan de slaapkamer van de achterburen.. Dat vergt teveel kracht om te lopen, waardoor ik niet veel buiten kom. Ik wil dit niet meer, maar wat moet je dan? Juist: hulp vragen en accepteren. Na een hoop zoekwerk vond ik wat de mogelijkheden waren, maar die zijn bijzonder beperkt. Ik kon een rolstoel een half jaar lenen of een ebike zelf kopen. Dat laatste zou de fijnste oplossing zijn geweest in mijn ogen. Onopvallend, stil en ik zou naar de supermarkt hier in het dorp kunnen om boodschappen te doen. Helaas heb ik geen 3000 euro (ja, dat leest u goed: drieduizend keiharde euro’s!) liggen voor het type fiets dat ik nodig heb. De enige optie om ietsje meer vrijheid te krijgen bleek dus een rolstoel te zijn. Een heftige constatering als je net 30 bent en begin van het jaar nog alles deed. Ik heb het idee dus aan de kant geschoven, wilde er niet aan denken. Een rolstoel is stigmatiserend, “ik ben toch niet gehandicapt” en vooral is het zichtbaar. Alles wat ik niet wil dus. Tot ik voelde dat die behoefte aan verder komen dan thuis zijn bleef zeuren. Ik probeerde voordelen te zien in dat stomme metalen ding waar ik in zou gaan zitten. Ik zou makkelijker ergens naartoe kunnen gaan, omdat ik niet bang hoefde te zijn over mn grenzen te gaan. Ik zou geen probleem zijn als we even de stad in willen. Ik zou als de revalidatie goed gaat mezelf kunnen duwen en dat ding weer terug brengen. Misschien was het geen enorm ‘ding’ als ik zo’n stoel had… 

Dus ging ik vandaag, nadat ik had uitgelegd aan Lief dat het wellicht wel handig is, een rolstoel halen. Na een hoop gedoe (ben je eindelijk zover, krijg je een hoop gehannes met reserveringen en onvoldoende voorraad) kwam de mevrouw van de uitleen-winkel met eentje aanzetten die het meest passend was. Uiteraard zijn de beensteunen wat te kort, maar ik zat. Ik zat zelfs eventjes best comfortabel, terwijl de mevrouw mijn gegevens in de computer zette. De overeenkomst rolde uit de printer, alleen nog een handtekening. Ineens besefte ik me dat er 1 handtekening stond tussen mij en die stoel. Ik zette een krabbel terwijl ik een brok in mn keel doorslikte. De mevrouw vertelde nog iets over de uitleenperiode en hoe daarna verder. Ik heb het niet eens echt gehoord geloof ik. Ik ging weer in de rolstoel zitten om naar de auto te gaan, ik kon niet meer op mn benen staan voor mn gevoel. Terwijl Lief me uit de winkel rolde wenste ik de mevrouw voor haar dochter (die ook fibro bleek te hebben) nog sterkte. Geen idee hoe ik daar nog bij kwam, ik denk dat ik haar dit niet gun. Zoals ik dit niemand gun, mn ergste vijand niet. 

Dus nu staat er een rolstoel in de garage, klaar om gepakt te worden als het nodig is. Ik ben binnen, hang op de bank dit te schrijven. Nog steeds met hele dubbele gevoelens, maar wel opgeschreven nu. Nu is het ‘echt’, nu weten mensen het en moet ik er mee dealen. Ergens maar goed ook denk ik. Toegeven, accepteren, leren. Ik kan het nu niet zelf soms en ik hoef het dan niet alleen. Ik heb dat ding, hij staat er en ik mag (en misschien soms moet) hem gebruiken. 


Ik ben net 30, heb fibro en een rolstoel. Al issie gelukkig geleend.

Advertenties